Dat had veel invloed op Vester. Ze kreeg steeds meer plezier in al die kleuren en vrijere vormen, haar eigen bedenksels. Het maakte haar vrijer.
Vester vergroot graag kleine dingen uit: snoepjes, madeliefjes in alle maten, en vazen waar de bloemen al inzitten. Zo worden het geen gebruiksvoorwerpen maar objecten die zichzelf zijn. Door zo te werken komt ze continu op nieuwe ideeën.
Al op jonge leeftijd werd Hennie Vester verliefd op klei. Als ze aan het werk was leek het of ze in een andere wereld was. Ze vergat alles om zich heen, zo gefocust was ze. Ze wist: dat moet ik blijven doen. Tijdens en na de Sociale Academie, (Sociaal Cultureel Werk met specialiteit Groepswerk), kwam ik overal bij instellingen keramiekovens tegen, waar niemand iets mee deed. Dat is ze toen maar gaan doen en van het een kwam het ander.
“Ik moet altijd wat klei in de buurt hebben, zelfs in de vakantie neem ik een bakje met wat klei mee. Ik word er gelukkig van……”
De klei zocht haar even hard als zij de klei zocht. Zo volgde ze allerlei cursussen, lessen in glazuurtechnieken en workshops. Dat gebruikte ze ook in haar werk in clubhuizen en vormingscentra. Na vijf jaar draailessen begon ze met opbouwen met klei. Dat beviel haar zo goed dat ze dit nog steeds doet.
Vanaf 1975 gaf Vester 35 jaar les bij de Werckwinckel in Hilvarenbeek. Zelf volgde ze lange tijd lessen op het Duvelhok in Tilburg. Na de sluiting ging ze meer voor zichzelf werken.
Door de jaren heen exposeerde Vester diverse keren haar werk.