In zijn voorgaande schilderwerken zijn verfmassa’s in een grote snelheid op het doek aangebracht waarbij dat de aandacht trok.
Figuratief werken is een andere manier van werken, de verfmassa is niet meer aanwezig. Deze schilderijen onderscheiden zich duidelijk door een andere schildertechniek die Walter toepast ten opzichte van zijn oude (abstracte) werken.
De directe manier van werken, zonder vooropgezette studies of schetsen, geeft hem de vrijheid om andere wegen te bewandelen. De figuren zijn individuen, zodanig geïndividualiseerd dat anatomische overeenkomsten nauwelijks zichtbaar zijn. Hij probeert op deze manier als kunstenaar uiting te geven aan deze zo sterk geïndividualiseerde samenleving.
Walter studeerde van 1977 tot 1982 aan de Academie voor Beeldende Kunsten St. Joost in Breda.